uw uitspraak van 16 augustus 2016, kenmerk: zaaknummer ROT 16 / 838 BESLU SC01

19 Aug

Vrede zij met jullie Allen!

Hieronder treffen jullie aan mijn e-mail aan Rechtbank Rotterdam en de Hoge Raad der Nederlanden.
De inhoud spreekt voor zich:

From: Krishnananda
Sent: Friday, August 19, 2016 2:09 AM
To: Rechtbank Rotterdam (Rechtbank Rotterdam) ; <a title="info
Cc: Burgemeester ; <a title="p.schouten ; P. den Hartog ; <a title="a.schoon ; Wethouder (2) ; <a title="d.verbeek ; Antoinette Hertsenberg ; <a title="sven.kockelmann ; Bureau Nat. Ombudsman
Subject: uw uitspraak van 16 augustus 2016, kenmerk: zaaknummer ROT 16 / 838 BESLU SC01

Geachte rechter: mr. M. Schoneveld, griffier: mr. D. Goedhart, en griffier van de Hoge Raad der Nederlanden: mr. J. Storm, Vrede zij met u!

Op 18 augustus 2016 ontving ik de uitspraak van Rechtbank Rotterdam op mijn verzet in goede orde. Dank hiervoor!
Naar aanleiding hiervan heb ik een aantal opmerkingen en vragen, te weten:

Procesverloop
Opmerking: De eerste alinea klopt niet! Deze alinea dient als volgt te worden weergegeven:
Eiser heeft verweerder verzocht hem in de basisregistratie personen in te schrijven als Dirk; otf van den Engel (© april 2013, mijn vergissing; dit dient te zijn op grond van de Auteurswet: © juni 1955, Eigendom van Krishnānanda dāsa), door hem aangeduid als Natuurlijke Rechtspersoonlijkheid, onder doorhaling van de Naam waaronder hij thans als natuurlijk persoon staat ingeschreven en hem een paspoort te verstrekken op Naam van zijn (gestelde) Natuurlijke Rechtspersoonlijkheid.

Toelichting:
Op grond van artikel 10 van de Grondwet van Mahābhārata heeft iedere Mahābhāratiaan het recht op herkenning als een Natuurlijke Rechtspersoonlijkheid voor de wetten van alle Spirituele Districten, en daarmee ook van dat wat wordt genoemd: “Nederland”. Dit recht is tot nu toe nimmer weersproken, en geldt voor Europa op grond van de in uw uitspraak vermelde Europese regelgeving.
Daarnaast heeft Rechtbank Rotterdam miskend het verschil tussen Mens en persoon. Dat is een nogal aanzienlijk verschil, maar die tussen Mens en natuurlijk persoon is een nog veel groter verschil:
volgens Genesis 1 is de Mens geschapen naar Rādhā-Krishna’s beeld en gelijkenis als Vrouw en Man, waarin de Moeder-Vader God de Levensadem volgens Genesis 2 inblies door de neus, en zo werd de Mens tot een Levend wezen.
Wat wel wordt genoemd: “de Staat der Nederlanden”, heeft de natuurlijke persoon gecreëerd van de van Mensen gestolen Namen naar zijn beeld en gelijkenis als juridische entiteit waarin geen Leven is van de Geest. Een natuurlijk persoon is derhalve een dood object dat Eigendom is van wat in de volksmond wordt genoemd: “de staat”, aldus het wettelijk verplichte legitimatiebewijs.
Deze procedure is aangespannen om mijn © Auteursrecht volgens de Auteurswet op mijn Eigen Naam: Dirk; behorende tot de familie: Van den Engel, te claimen van die: “staat”. Die claim heb ik gebaseerd op internationaal recht, en niet op de Wet basisregistratie personen.

Vervolgens wordt gesteld: “Eiser heeft beroep ingesteld, ingekomen bij de rechtbank Den Haag op 1 december 2015, tegen het niet (tijdig) beslissen op zijn aanvraag van 29 augustus 2015.” Dit is correct want ik heb nog steeds geen beslissing ontvangen. Het duurt wel lang eer ik een beslissing ontvang en zoals de zaken er nu voorstaan, zal ik ook geen beslissing meer ontvangen!

Vervolgens wordt gesteld: “Bij brief van 2 februari 2016 heeft de rechtbank Den Haag het beroepschrift met bijlagen doorgestuurd naar de rechtbank Rotterdam.” Dit is al op foutieve gronden gebeurd omdat er geen rekening is gehouden met de Auteurswet die in de hele zaak buiten beschouwing is gebleven. De zaak is ten onrechte doorgezonden naar Rechtbank Rotterdam. Ook van deze doorzending heb ik van Rechtbank Den Haag nimmer een motivatie gezien, laat staan ontvangen! Rechtbank Rotterdam gaf slechts een halve motivatie, en vergat gemakshalve de Auteurswet.

Het vervolg luidt: “De rechtbank heeft op 20 april 2016 bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard.” Deze uitspraak zou inderdaad kloppen, indien mijn verzoek was gebaseerd op de Wet basisregistratie personen, want dan zouden burgemeester en wethouders van Brielle niet bevoegd zijn geweest om zonder wijziging van mijn Namen het Basis Register Personen te wijzigen. Maar ik had mijn verzoek gebaseerd op Europese wet- en regelgeving. Want op grond van artikel 94 van de in dit Spirituele District Holland toegepaste Grondwet blijven de bepalingen van de Wet basisregistratie personen die zich tegen mijn Namenclaim verzetten buiten toepassing. Op grond hiervan moesten burgemeester en wethouders een besluit nemen, en dat hebben zij stelselmatig niet gedaan … tot heden! De (kennelijke) niet-ontvankelijk verklaring van mijn terechte beroep door Rechtbank Rotterdam is daarom genomen op ondeugdelijke gronden en in strijd met de Auteurswet en de Awb.

Dan schrijft Rechtbank Rotterdam: “Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan. Daarbij is door opposant niet aangegeven dat hij ter zake van het verzet wenst te worden gehoord.” Mijn e-mail aan geïnteresseerden omtrent de uitspraak met een kopie aan Rechtbank Rotterdam is aangemerkt als verzet. De Hoge Raad der Nederlanden had ook een kopie daarvan ontvangen. In een dergelijke e-mail geef ik natuurlijk niet aan of ik al dan niet Wil worden gehoord. Op dat moment vroeg ik mezelf af of verzet wel zin had. Op hetgeen ik Rechtbank Den Haag had voorgelegd, heb ik slechts een gedeeltelijke uitspraak ontvangen, waartegen hoger beroep op Gerechtshof Den Haag loopt (zitting is op 12 september om 11:00 uur). Het beroepschrift van de President / judge van de Supreme Court of Justness of Mahābhārata, Vaikuṇṭhaloka, namens mij was immers getiteld: “van Tweeën Eén”! Eerst heeft Rechtbank Den Haag dit beroepschrift ongemotiveerd in tweeën verscheurd; daarna heeft zij het gedeelte betreffende mijn Namenclaim ongemotiveerd naar Rechtbank Rotterdam gezonden. Rechtbank Rotterdam heeft dit beroepschrift klakkeloos aanvaard zonder rekening te houden met de toepasselijke voorschriften van de Auteurswet die Rechtbank Den Haag aanwijzen als “uitsluitend bevoegd in eerste aanleg”. Dit houdt in dat Rechtbank Rotterdam niet eens bevoegd is om een uitspraak te doen in het kader van mijn Namenclaim. Daarom heb ik het Gerechtshof Den Haag op grond van (uit mijn hoofd) artikel 8:14 van de Awb verzocht om de zaak weer te voegen. Uit de stukken kan ik opmaken dat het antwoord op dit verzoek luidt: “Nee”! Toch hebben beide zaken betrekking op elkaar en kunnen zij niet goed worden gescheiden. Immers: een belastingaanslag wordt opgelegd aan natuurlijke personen die in Nederland wonen! Maar natuurlijke personen zijn dode objecten en kunnen uit dien hoofde al geen belasting betalen, laat staan: aangifte doen! Daarnaast zijn die dode objecten juridische entiteiten die Eigendom zijn van wat u noemt: “de Staat der Nederlanden”. Dus als er al iemand belasting verschuldigd is, is dat die: “Staat der Nederlanden”, en niet de Mensen die in het Spirituele District Holland wonen.

Tot hier is alles al ongemotiveerd fout gegaan! Tot nu heb ik nog niets over de overwegingen geschreven! Maar ik vraag me ook af of ik daaraan nog tijd moet verspillen!
Want uit het voorgaande is duidelijk gebleken dat de zaak die ik heb voorgelegd aan Rechtbank Den Haag eerst kapot is gemaakt en vervolgens door beide rechtbanken Eigenzinnig is behandeld volgens het adagium: “Wiens brood men eet, diens woord men (uit)spreekt!” Het ziet er ook naar uit dat dit welbewust is gedaan. Gedurende het hele proces heb ik namelijk voortdurend gereageerd en nadere stukken ingebracht. Dat Rechtbank Rotterdam me ter zake van mijn verzet niet (uit Eigen beweging) heeft gehoord, spreekt boekdelen en bewijst het voorgaande. Zo kon de zaak makkelijk worden afgedaan en het verzet ongegrond worden verklaard. Nu zie ik dat ik toch nog even moet terugkomen op overweging 3, want ook dat klopt niet, al biedt het me wel erg leuke jurisprudentie voor mijn belastingzaak op 12 september 2016 in Den Haag.

Overweging 3
“In hetgeen door opposant is aangevoerd, ziet de verzetsrechter geen aanleiding om anders te oordelen dan is gedaan in de uitspraak van 20 april 2016.
De verzetsrechter stelt vast dat opposant niet heeft weersproken dat verweerder met de brief van 22 september 2015 een besluit heeft genomen op eisers aanvraag van 29 augustus 2015 en dus niet in gebreke is gebleven.” Dit klopt niet, zo schrijf ik met de Hoge Raad der Nederlanden zelf als mijn getuige! Gelet ook op het voorgaande draait de hele zaak hierom! Ik heb zelfs weersproken dat de hele procedure juist is gevoerd! Voortdurend heb ik gevraagd: college, neem nu eens een besluit! En in die e-mail die als verzet is beschouwd door Rechtbank Rotterdam heb ik met zoveel woorden, misschien wel teveel, waarvoor ik dan mijn excuses aanbied!, geschreven dat het college van Brielle een besluit had moeten nemen, gelet op mijn verzoek dat steunde op internationale wetgeving (e-mail van 2 mei 2016, 18:46 uur). Dat heeft het tot heden niet gedaan. Daarmee heb ik de zaak toch weersproken? Gedurende de hele procedure! Zeker ook omdat ik de juiste gang van zaken over het algeheel heb weersproken: daarin zit alles, dus ook de volgende zin: “Evenmin heeft opposant weersproken dat tegen dat besluit dus de mogelijkheid van het indienen van bezwaar open stond.” Burgemeester en wethouders van Brielle wisten zelf niet eens dat ze “een besluit hadden genomen”! Er stond geen rechtsmiddelverwijzing in hun “besluit”. Het college is daarvoor zelfs niet eens op de vingers getikt.
De stelling van opposant dat de rechtbank heeft miskend dat verweerder ten onrechte de Wet basisregistratie personen heeft toegepast, maakt het voorgaande zeer en heel anders.
De rechtbank heeft het beroep dan ook ten onrechte met toepassing van artikel 8:54 van de Awb niet-ontvankelijk verklaard, voor zover zij al uitspraak mocht doen op grond van de Auteurswet die buiten beschouwing is gebleven.

Vragen (Antwoord s.v.p. aan Allen!)

  1. Is Rechtbank Rotterdam van mening dat zij onpartijdig heeft geoordeeld?
  2. Is Rechtbank Rotterdam van oordeel dat zij het door de President / judge van de Supreme Court of Justness voornoemd namens mij ingediende beroepschrift op alle ter zake doende aspecten heeft beoordeeld?
  3. Waarom heeft Rechtbank Rotterdam het beroepschrift niet beoordeeld op de Auteurswet en de zaak niet terugverwezen naar Rechtbank Den Haag als enige bevoegde instantie in eerste aanleg?
  4. Waarom staat er tegen de uitspraak van Rechtbank Rotterdam geen rechtsmiddel open? Wat is het verschil tussen een verzet waarbij ik in cassatieberoep kan gaan bij de Hoge Raad en een verzet bij uw rechtbank waartegen ik geen (cassatie)beroep kan instellen? Kunt u me dat verduidelijken?

Ik verzoek de Hoge Raad der Nederlanden de zaak nu terug te verwijzen naar het Gerechtshof Den Haag, zodat het gerechtshof op 12 september a.s. in een openbare zitting mijn volledige beroep: “Van Tweeën Eén”, kan behandelen in een meervoudige kamer bestuursrecht annex belastingrecht, zoals ik het gerechtshof ook heb gevraagd te doen.

Want ik durf het bijna niet te schrijven, maar het Gevoelen komt bij mij naar boven dat de Rechtspraak zich in deze zaak schuldig heeft gemaakt aan détournement de pouvoir en wellicht ook nog aan abus de droit door wetten en internationale regelingen niet toe te passen om tot haar uitgesproken oordelen te komen.

In Licht en Liefde blijven we Allen ondanks Alles toch verbonden met elkaar!
Met vriendelijke groeten en hoogachting,
Krishnānanda, uw Aller dienaar

Advertenties

Wilt u reageren? Schrijf dan alstublieft een reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: