Het Pinksterfeest

30 Mei

Deze Preek van de Week is gedeeltelijk geschreven op de Tweede Pinksterdag en gaat over het Pinksterfeest. Voordat wij echter dit onderwerp aansnijden, is het noodzakelijk dat wij eerst het laatste gedeelte van het Evangelie naar Lucas en het begin van de Handelingen der Apostelen van dezelfde Evangelist citeren. Daarin zijn namelijk een aantal verschillen te zien. Wij verzoeken u de verschillen te zoeken en hiermee zelf te begrijpen dat (sommige delen van) Bijbelverhalen in later tijd zijn geredigeerd. Dit helpt ons om tot een eensluidende conclusie te komen dat God niet de hand van elke Bijbelredacteur heeft geleid. Hieronder volgen de citaten, die soms weer met uitleg van Krishnananda tussen haakjes zijn voorzien:

Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: “Vrede zij met jullie!” Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. Maar hij zei tegen hen: “Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel?” Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat ik heb.” Daarna toonde hij hun zijn handen en zijn voeten. Omdat ze het van Vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg hij hun: “Hebben jullie hier iets te eten?” Ze gaven hem een stuk geroosterde vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op. Hij zei tegen hen: “Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.” Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: “Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met Kracht uit de hemel zijn bekleed.”

Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen (op de Hoova wijze! – Kr.). Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel (hij ging naar zijn eigen planeet Hoova in bi-locatie – Kr.). Ze brachten hem hulde en keerden in grote Vreugde terug naar Jeruzalem, waar ze voortdurend in de tempel waren en God loofden.

Toen hij eens bij hen was, droeg hij hen op: “Ga niet weg uit Jeruzalen, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. Joannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest. Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: “Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?” Hij antwoordde: “Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie Kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.”

Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk (hij ging naar zijn eigen planeet Hoova in bi-locatie – Kr.), zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: “Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen (met de beschavingen in ruimteschepen – Kr.) als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.”

Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand. Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes (oftewel: Lazarus – Kr.), Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.

……

De komst van de heilige Geest

Toen de dag van het Pinksterfeest (Cursief door mij, Kr.) aanbrak, waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waarin ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

Eenieder die aanwezig was, hoorde hen allemaal in haar of zijn eigen moedertaal spreken. …

Geachte lezers, het bovenstaande is allemaal toegeschreven aan de Evangelist Lucas. Wat we weten, is dat Lucas inderdaad de heilige Evangelist wás! Bovendien was hij kunstenaar, en in Rome is nog altijd een schilderij van hem te zien! Een schilderij waarop hij Yeshua (Jezus) heeft afgebeeld zoals hij hem heeft gekend. De heilige Lucas was ook een van de drie oprichters van de Orde van het Heilige Graf, die zich tot taak had gesteld de heilige Familie en hun nakomelingen die de Leer van de Weg van de Liefde verkondigen te allen tijde te beschermen. Lucas zèlf begon daar al mee door de vrouw van Yeshua, Maria Magdalena, te verzorgen toen ze haar man voor dood had gebalsemd en ingezwachteld.  Op dat moment was ze in verwachting van haar jongste zoon, Yeshua-David. Door alle moeite en emotie van de Zwarte Dag van de Schedel, zoals ze die dag noemde, was ze volkomen uitgeput. Daarom werd ze in het huis van Jozef van Arimathea verzorgd door dokter Lucas. Zijn behandeling wierp vruchten af, want op de derde dag kwam zij als eerste bij het graf van de Opgestane, die tegen haar zei: “Klamp je niet aan mij vast, Maria! Want ik heb mijn aardse Werk volbracht. Nu is het jouw beurt om mijn leer te onderwijzen aan de hand van mijn Het Boek der Liefde. Maar maak van mijn leer geen wet!” Zo was het dat Yeshua zijn geliefde Maria Magdalena opdroeg zijn Leer van de Weg van de Liefde uit te dragen, nu hijzelf in bi-locatie vertrok naar zijn eigen planeet Hoova. Zij stond aan het hoofd van de Verkondiging, zij was de Apostel der apostelen. Zij was het die zijn leer het beste begreep.

Voor één man, één evangelist, is het onmogelijk om twee compleet verschillende verhalen te schrijven, zéker als we nu weten dat Lucas trouw had beloofd als één van de drie om de heilige Familie en de Leer van de Weg in bescherming te nemen! In het ene verhaal neemt Yeshua zijn discipelen / apostelen mee naar bij Betanië; in het andere verhaal keerden ze van de Olijfberg terug. In het ene verhaal werd hij opgenomen in de hemel; in het andere verhaal werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk. In het ene verhaal brachten de apostelen hem hulde en keerden ze in grote Vreugde naar Jeruzalem terug, waar ze voortdurend in de tempel waren en God loofden, terwijl ze in het andere verhaal naar de hemel bleven staren en er iets compleet nieuws gebeurde! In dit verhaal gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden, toen ze in Jeruzalem waren aangekomen. In dit verhaal wijdden ze zich vurig en eensgezind aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers. Beide verhalen zouden zijn verteld door de heilige Evangelist Lucas en beide verhalen zijn compleet anders!

Als we deze verhalen zorgvuldig bestuderen, dan kunnen we als conclusie trekken dat het slot van het Evangelie naar Lucas het meest plausibel is en dat de Evangelist er zelf nog de hand aan zou kunnen hebben gelegd. Daarvoor zijn een aantal redenen aanwezig:

  1. Inderdaad zei Yeshua als hij onder de mensen kwam: “Vrede zij met u (of jullie in de NBV)!”
  2. Inderdaad heeft Yeshua bewerkstelligd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over hem was geschreven in vervulling ging.
  3. Inderdaad heeft Yeshua, de messias, geleden en is hij voor dood gebalsemd en begraven, maar is hij op de derde dag opgestaan uit deze schijndood.
  4. Inderdaad is bekend dat de discipelen van Yeshua / apostelen in de toenmalige wereld het Evangelie volgens Yeshua, de Nazarener, hebben verkondigd.
  5. Inderdaad zijn alle volken opgeroepen om tot inkeer te komen (zie onder meer Matteüs 24 en onze uitleg daarbij in een vorige Preek van de Week).
  6. Het begin van het Bijbelboek Handelingen der Apostelen zoals wij dat hebben geciteerd, is duidelijk geredigeerd. Dit kunnen we herleiden aan de titel: De komst van de heilige Geest, en aan het door mij gecursiveerde woord Pinksterfeest dat men in die tijd nog niet kende. Allereerst is de komst van de heilige Geest pure onzin, want de hele Schepping kon niet ontstaan zònder de Geest. De Geest is namelijk de eerste gedachte van de Heer van dit materiële universum, Jahoeweh, zoon van Vishnu, die leidde tot het ontstaan van dit universum met al zijn 8.400.000 lichamelijke vormen door middel van de Oerknal, de laatste ervaring met de dood van Jahoeweh  en alles daartussen: de Alpha en de Omega, het begin en het einde van de materie. Want, zoals we om ons heen zien, heeft alle materie een begin en een einde, maar de Geest gaat eeuwig door, zònder begin en zònder einde. In de tweede plaats doet het tweede verhaal veel verhevener aan: het speelt zich af op een berg, ze staren naar de hemel, Joannes de Doper doopte met water, maar de discipelen / apostelen worden gedoopt met de Geest als vuurtongen, terwijl ze in feite al met de Geest zijn gedoopt! Het gaat er juist om dit te weten en te realiseren. Het eerste verhaal is meer een getuigenis.

Wat de locatie betreft, lijkt het ons te gaan om “tot bij Betanië”. Immers: deze plek was ver genoeg weg van Jeruzalem om uit het zicht van iedereen, behalve de apostelen, in bi-locatie te vertrekken naar zijn eigen planeet Hoova. Daarnaast had Yeshua zijn geliefde vrouw, Maria Magdalena, opgedragen om samen met Jozef van Arimathea en haar twee kinderen te vertrekken naar het veiliger oord Alexandrië, waar ze veilig zouden zijn voor de priesters van de tempel. In Betanië hadden Lazarus, Martha en zij een tweede huis. Op deze wijze konden zij zich snel reisvaardig maken, zònder nog naar Jeruzalem te hoeven terugkeren. Yeshua had haar immers aangewezen als leider van de Verkondiging. Daar, in Alexandrië, werd Yeshua-David geboren. Het zegenen, heengaan en het opnemen in de hemel in bi-locatie, en het brengen van hulde en hun terugkeer in grote Vreugde naar Jeruzalem is eveneens volgens het evangelie, maar wij weten zeker dat ze niet voortdurend in de tempel waren om God te loven. De tempel was destijds immers tegen de Nazareense beweging! Het ligt daarom voor de hand dat ze naar het bovenvertrek gingen waar ze verblijf hielden. Daar wijdden ze zich vurig en eensgezind aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Yeshua, en met zijn broers.

Om de Evangelist Lucas meer recht te doen en om bij het uiteindelijke Pinksterfeest te komen, zouden we het verhaal dus als volgt mogen lezen:

Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: “Vrede zij met jullie!” Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. Maar hij zei tegen hen: “Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel?” Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat ik heb.” Daarna toonde hij hun zijn handen en zijn voeten. Omdat ze het van Vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg hij hun: “Hebben jullie hier iets te eten?” Ze gaven hem een stuk geroosterde vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op. Hij zei tegen hen: “Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.” Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: “Er staat geschreven dat de messias zal lijden en als gestorven zal zijn, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit deze schijndood, en dat door zijn Wil alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. Blijf in de stad tot jullie je met Kracht uit de hemel bekleed voelen.”

Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen (op de Hoova wijze! – Kr.). Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel (hij ging naar zijn eigen planeet Hoova in bi-locatie – Kr.). Ze brachten hem hulde en keerden in grote Vreugde terug naar Jeruzalem. Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes (oftewel: Lazarus – Kr.), Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen die er nog waren en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.

Wij hebben het bovenstaande verhaal uitvoerig gedaan om te bewijzen dat niet alles dat in de Bijbel staat God’s Woord is! Er is in de Bijbel ook door mensenhanden geredigeerd om een bepaald doel te bereiken. Dit doel is: mensen klein en zondig maken, en vervolgens ervoor zorgen dat ze iemand en een instelling namens hem nodig hebben om te bemiddelen tussen de grote, goede God en kleine, zondige mensen. Die iemand is “Jezus” wiens naam hiermee ijdelijk wordt gebruikt (zie Exodus 20) en de instelling is de Rooms-Katholieke kerk, en andere kerkelijke instanties, die zich hiervan hebben afgescheiden. Ook de verschillende Islamitische stromingen zijn van die instellingen, en ook de naam van Mohammed wordt ijdellijk gebruikt. Omdat de Koran die wordt onderwezen niet het geschrift van Mohammed kan zijn! Op deze wijze hebben zogenaamde godsdienstige instanties macht verworven door hun geloofsleer op te leggen aan de kleine en zondige mensen die moeten worden gered!

Dan komt nu het Pinksterfeest ter sprake.

De komst van de heilige Geest

Toen de dag van het Pinksterfeest (Cursief door mij, Kr.) aanbrak, waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waarin ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

Wat een onzin! Dit hele stuk is geredigeerd, maar God had de hand van de schrijver niet geleid. Over de komst van de heilige Geest hebben we hierboven al geschreven. De Geest is eeuwig! Daarom wás zij er al vóórdat de materiële schepping door middel van de Oerknal een feit was. We kunnen daarom veeleer spreken over de komst van de schepping dan over de komst van de heilige Geest.

De Evangelist Lucas zal het woord Pinksterfeest niet hebben verzonnen in deze tekst. Het Pinksterfeest is namelijk een zuiver christelijk feest. In dit feest wordt gevierd dat de heilige Geest bijna 2.000 jaren geleden werd uitgestort over de apostelen. Dit is pure onwetendheid, want de heilige Geest – in het Sanskriet: Param-atma = Super Ziel, genoemd – begeleidt de individuele ziel overal waar zij naartoe gaat. Altijd! Dit is juist het verbond tussen Christus, God, en de ziel van de mens: Christus woont in ons hart, in onze vijfde hartkamer naast onze individuele ziel, en gaat daarom altijd met ons mee. Al is God almachtig, hij kan (en Wil) ons niet verlaten. Onze Wil voor God = God’s Wil voor ons! God wil ervaren wat wijzelf verkiezen te ervaren. De Vader en ik zijn Eén! Altijd! Dat is ons grootste geschenk in de vorm van onze Eigen Vrije Wil. Dit is de reden van de hele materiële Schepping! God kan zichzelf niet als zodanig ervaren dan door de 400.000 mensensoorten. Hij heeft geen enkele andere mogelijkheid. Daarom begeleidt hij de individuele ziel altijd en overal waar deze wenst te gaan in de vorm van de Super Ziel of heilige Geest. Daarom is de Geest de eerste gedachte van de Schepping, de laatste ervaring van de dood en alles daartussen. Dat is de reden waarom de heilige Lucas het woord Pinksterfeest niet heeft uitgevonden: hij kreeg onderwijs van Yeshua, dus hij wist! Het Pinksterfeest kan niet gemeenschappelijk op een bepaalde dag worden gevierd omdat het voor iedere persoon op zijn Eigen Moment dient te worden gevierd.

De soort van vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten is een metafoor voor verkondigen met passie omdat de apostelen binnen IN zich een grote Kracht voelden. Wat het spreken in vreemde talen betreft: als de Geest hun dat IN-geeft, dan is dat zo! Immers: iemand die onder hypnose is, zo hebben we meermalen op televisie kunnen aanschouwen, is ook in staat om elke vreemde taal te spreken, óók indien zij of hij die taal nooit heeft geleerd en dus bewust niet bij machte is die taal te spreken.

Wat is dan het Pinksterfeest dat we allemaal op ons Eigen Moment dienen te vieren?

Het Pinksterfeest heeft te maken met de involutie en daarna evolutie van de spirituele ziel. Zoals in de Schepping is te lezen, moet de spirituele ziel eerst afgescheidenheid ervaren om daarna de Eenheid in Verscheidenheid te kunnen ervaren. De ziel kiest er daarom voor om in de materie af te dalen en begint in een onwetende vorm. Daarna ontwikkelt zij zich leven na leven in vorm na vorm tot een mensenvorm. Aan de mens is de Eigen Vrije Wil om te kiezen gegeven. Aanvankelijk zal hij nog in onwetendheid zijn, maar het doel is dat hij zich stap voor stap ontwikkelt. Door steeds meer kennis te verkrijgen, kan de mens zich steeds meer realiseren. Daarom Wil hij eerst voor God dingen die daarmee God’s Wil voor hem zijn. Zo ontwikkelt de mens zich steeds meer tot hij tot de realisatie komt: “Maar wat Wil God eigenlijk voor mij?” Zoals Neale Donald Walsch het heeft geschreven in Een Ongewoon Gesprek met God: “Je bent hier om een individueel plan voor je eigen verlossing uit te werken. Maar verlossing betekent niet jezelf redden van de bekoringen van de duivel. De duivel bestaat niet, net zomin als de hel. Je bent jezelf aan het redden uit de vergetelheid van de non-realisatie. Vanaf het Heilige Moment dat die mens zodoende tot de realisatie komt dat God’s Wil voor mij = mijn Wil voor God, viert die mens zijn Pinksterfeest. De Vader en ik zijn altijd Eén, maar nu is hij zich ervan bewust! Vanaf dat moment doet hij wat de Vader vriendelijk aan hem vraagt. Want: er is nooit dwang.

Het Pinksterfeest kan dus door kennis worden verworven, maar een kortere methode om het Pinksterfeest te verwerven, is door de heilige Namen van God aan te roepen. Als we dit consequent iedere dag doen, dan gaat God zich steeds meer aan ons openbaren. Dat is mijn ervaring. Daarnaast heb ik ook kennis mogen verwerven. Maar het grootste aandeel in mijn kennis heeft Christus zèlf aan mij geopenbaard omdat ik dagelijks zijn heilige Namen (in Sanskriet) aanroep: Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare / Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare. Dit is het geheim achter mijn persoonlijke ontwikkeling. Wat ik kan, kunt u ook, beste lezers!

Amen!

Advertenties

Wilt u reageren? Schrijf dan alstublieft een reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: